Ariane

Posts tonen met het label tekst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tekst. Alle posts tonen

dinsdag 20 augustus 2013

Naar herinnering

Het kriebelde al een poosje om ook zelf weer beelden te creëren.
In textielatelier Made by OYA gingen we in mei/juni samen met Caroline Camerlynck aan de slag vanuit een persoonlijk object of leuke (kinder)herinnering. Ik neusde eens in mijn doos vol kindertijdbewaarsels. Zo vond ik een pak boekjes en papiertjes terug waarop ik vrolijk en spontaan schrijfsels neerzette, toen ik voor het eerst een balpen in de hand kreeg. Deze zijn de inspiratie voor een textiel werk waarin ik op zoek ga naar eenzelfde spontaneïteit en plezier.

Eindelijk naald en draad weer opgenomen. Met kleine lapjes. 
Soms krabbels, soms lijntjes of krullen, soms al eens een letter of mijn naam.
Op zoek naar een taal op stof.

Eind september wordt dit, samen met de resultaten van andere deelnemers, geëxposeerd tijdens het Textielweekend in Ronse. Maar voorlopig werk ik nog lustig verder aan mijn verzameling lapjes. 




woensdag 25 mei 2011

Onder mijn handen ontspint zich het verhaal










En nu in laatste rechte lijn naar mijn eindjury...

maandag 17 januari 2011

Het zeehaasje


Er was eens een koningsdochter die boven in haar slot, vlak onder de tinnen, een zaal had met twaalf vensters die uitzagen op alle hemelstreken en als ze naar boven ging en rondkeek, kon zij haar hele rijk overzien. Uit het eerste venster zag zij al scherper dan andere mensen, door het tweede nog beter, door het derde nog duidelijker en zo steeds verder tot bij het twaalfde, waardoor zij alles zag wat zich boven en onder de aarde bevond en niets voor haar verborgen bleef. Maar omdat zij trots was, zich aan niemand wilde onderwerpen en de heerschappij voor zich alleen wilde houden, liet zij bekend maken dat alleen hij haar gemaal zou worden, die zich zò voor haar kon verstoppen dat ze hem onmogelijk zou kunnen vinden. Maar als iemand het zou proberen en zij hem zou ontdekken, dan werd zijn hoofd afgeslagen en op een paal gestoken. Er stonden al zevenennegentig palen met dode hoofden voor het slot en gedurende lange tijd meldde zich niemand. De koningsdochter was daar verheugd over en dacht: ik zal nu mijn hele leven vrij blijven. Toen verschenen er drie broers voor haar die haar aankondigden dat zij hun geluk wilden beproeven. De oudste dacht zeker van zijn zaak te zijn als hij in een spleet van het kalkgebergte kroop, maar zij zag hem al vanuit het eerste venster, liet hem eruit trekken en zijn hoofd afslaan. De tweede kroop in de kelder van het slot, maar ook hem zag zij vanuit het eerste venster en het was met hem gedaan; zijn hoofd kwam op de negenennegentigste paal te staan. Toen trad de jongste voor haar en vroeg haar één dag bedenktijd en ook of zij zo genadig wilde zijn hem tweemaal het leven te schenken als zij hem ontdekte. Zou het voor de derde maal mislukken, dan zou hij niets meer om zijn leven geven. En omdat het zo’n knappe jongeman was en hij zo innig smeekte, zei zij: ‘Ja, dat verzoek zal ik inwilligen, maar het zal je niet gelukken.’
De volgende dag peinsde hij er lang over hoe hij zich zou verstoppen, maar tevergeefs. Toen greep hij zijn buks en ging naar buiten om te jagen. Hij zag een raaf en nam hem op de korrel; net wilde hij de trekker overhalen toen de raaf riep: ‘Niet schieten, ik zal het je vergelden.’ Hij liet de trekker los, ging verder en kwam aan een meer, waar hij een grote vis verraste die vanuit de diepte naar de oppervlakte van het water was gekomen. Toen hij aanlegde riep de vis: ‘Niet schieten, ik zal het je vergelden.’ Hij liet hem onderduiken, ging verder en kwam een vos tegen die hinkte. Hij schoot en miste, toen riep de vos: ‘Kom liever hier en trek die doorn uit mijn poot!’ Hij deed het, maar daarna wilde hij de vos toch doden om zijn vel af te stropen. De vos sprak: ‘Niet doen, ik zal het je vergelden.’ De jongeman liet hem lopen en daar het avond werd keerde hij naar huis terug.
De volgende dag moest hij zich verstoppen, maar hoe hij er zich ook het hoofd over brak, hij wist niet waar. Hij ging naar de raaf in het bos en zei: ‘Ik heb je laten leven, zeg mij nu waar ik mij moet verstoppen, zodat de koningsdochter mij niet ziet.’ De raaf liet zijn kop hangen en dacht lang na. Eindelijk kraste hij: ‘Ik heb het.’ Hij haalde een ei uit zijn nest, brak het in tweeën en stopte de jongeman erin. Daarna maakte hij het weer heel en ging erop zitten. Toen de koningsdochter voor het eerste venster ging staan, ontdekte zij hem niet, ook niet bij het volgende en zij begon bang te worden, maar bij het elfde venster zag zij hem. Zij liet de raaf doodschieten, het ei halen en openbreken en de jongeman moest te voorschijn komen. Zij sprak: ‘Dit is de eerste maal dat je leven je wordt geschonken. Als je het niet beter doet, ben je verloren.’
De volgende dag ging hij naar het meer, riep de vis en sprak: ‘Ik heb je laten leven, zeg mij waar ik mij moet verstoppen, zodat de koningsdochter mij niet ziet.’ De vis dacht na en riep eindelijk: ‘Ik heb het! Ik zal je in mijn buik verbergen.’ Hij slikte hem in en zwom naar de bodem van het meer. De koningsdochter keek door haar vensters en tot haar ontsteltenis zag zij hem ook door het elfde niet, maar eindelijk, bij het twaalfde ontdekte zij hem. Zij liet de vis vangen en liet hem doden en de jongeman kwam tevoorschijn. Je kunt je wel indenken hoe het hem te moede was. Zij sprak: ‘Voor de tweede maal wordt je leven je geschonken, maar je hoofd zal wel op de honderdste paal terecht komen.’
De laatste dag liep hij met een zwaar hart het veld in en kwam de vos tegen. ‘Jij kent alle hoekjes en gaatjes,’ sprak hij, ‘en ik heb je laten leven. Geef mij nu raad waar ik mij moet verstoppen zodat de koningsdochter mij niet ziet.’ – ‘Een moeilijke opgaaf,’ antwoordde de vos en trok een bedenkelijk gezicht. Eindelijk riep hij: ‘Ik heb het.’ Hij ging met hem naar een bron, dook erin en kwam eruit als marskramer en dierenhandelaar. De jongeling moest ook in het water duiken en werd veranderd in een klein zeehaasje. De koopman trok de stad in en toonde het grappige diertje en er liep veel volk te hoop om er naar te kijken.
Tenslotte kwam ook de koningsdochter en omdat het haar bijzonder aanstond, kocht zij het en gaf er de koopman veel geld voor. Voor hij het haar overhandigde, zei hij tegen het diertje: ‘Als de koningsdochter voor het venster gaat staan, kruip dan gauw onder haar vlecht.’ Nu brak het ogenblik aan dat zij de jongeling moest zoeken. Zij ging achtereenvolgens voor alle vensters staan, van het eerste tot het elfde, en zij zag hem niet. Toen zij hem ook door het twaalfde venster niet zag, ....

zaterdag 15 januari 2011

textiel kan vallen, liggen, vouwen, hangen


een verhaal dat zich ontvouwt in textiel
een verhaal dat zich enkel kan ontvouwen in textiel

en wat blijft er over als het verhaal ontvouwen is?
            een gat?
            een woord?
            een vouw?
            een zin?
            een tekening? een beeld?
            of enkel textiel?

maar hoe is het textiel dan een medium
voor het verhaal?
            als drager
            of als vorm

over wat gaat het verhaal?
            over een gat, een woord, een vouw, een zin,
een tekening, een beeld of enkel over textiel?

het textiel is een werkelijkheid op zich
textiel kan alles zijn
alles kan textiel zijn

textiel kan vallen, liggen, vouwen, hangen

Er was eens een verhaal - 2010

Achter het gordijn zie ik dat binnen buiten is II - 2009


het kleine pluisje vloog langzaam door het raam naar binnen
ik volgde het met mijn blik
ik gluurde achter het gordijn
zo kwam ik het huis voor het eerst binnen
zo ontdekte ik de geheimen
zo hoorde ik de geluiden
zo beleefde ik de gebeurtenissen die het huis had geleefd

de gordijnen wapperden
de lucht trilde
ik houd van de geur van oude huizen 

voorzichtig ging ik binnen
de parelketting op het nachtkastje glimde venijnig
op dat moment voelde ik me zo klein
ik kreeg het gevoel een volstrekt vreemde te zijn in het huis
er niet te horen
maar al gauw ging dit gevoel over in een diepe
nieuwsgierigheid voor wat zich binnen had afgespeeld

het huis heeft geleefd
het huis werd geleefd

ik klemde de houten parel stevig in mijn hand
ik wilde hem nooit kwijtraken omdat hij
alle herinneringen aan het huis voor me inhield
de dozen vol boeken
de verlaten woonkamer
de afgeleefde keuken
ik hield van het huis

vooral van zijn wapperende gordijnen

Achter het gordijn zie ik dat binnen buiten is - 2009

vrijdag 19 november 2010